Rapport 2025 • Omgevingsvergunningen
Bijstelling voorwaarden
In een omgevingsvergunning kunnen voorwaarden worden opgelegd om de impact van een project tot een aanvaardbaar niveau te beperken. Wanneer later blijkt dat deze voorwaarden niet langer aansluiten bij de feitelijke situatie, nieuwe technologische inzichten of gewijzigde regelgeving, kunnen ze worden bijgesteld. Dat kan op initiatief van de vergunninghouder of exploitant, maar ook op initiatief van de overheid of andere betrokken partijen.
In 2025 werden in totaal 66 procedures opgestart om voorwaarden bij te stellen. Dit is het hoogste aantal sinds de inwerkingtreding van het omgevingsvergunningsstelsel. Met 38 dossiers bleef de vergunninghouder of exploitant de belangrijkste initiatiefnemer. Net als in voorgaande jaren was de industrie in het havengebied goed voor veruit het grootste aantal dossiers.
De provinciale omgevingsvergunningscommissie (POVC) nam in 25 dossiers het initiatief. Deze dossiers volgen uit de periodieke evaluatie van een GPBV-installatie (Geïntegreerde Preventie en Bestrijding van Verontreiniging). De deputatie nam in 2025 driemaal zelf het initiatief om voorwaarden bij te stellen. Deze ambtshalve bijstellingen vloeiden telkens voort uit de opvolging van eerder opgelegde bijzondere milieuvoorwaarden, waaruit bleek dat een verdere aanpassing van de voorwaarden aangewezen was.
Ongeacht wie de initiatiefnemer is, wordt het verzoek niet altijd integraal ingewilligd. Zo kunnen bijvoorbeeld de lozingsnormen die uiteindelijk worden opgelegd strenger zijn dan de normen die initieel door de exploitant werden aangevraagd. Slechts voor vier dossiers werd het verzoek volledig geweigerd.
Er werd tegen 2 beslissingen beroep aangetekend. Beide beroepen werden ingesteld door de exploitant zelf, naar aanleiding van een beslissing waarbij zijn verzoek niet (volledig) werd ingewilligd.